Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:221.
Hoewel het vaste rechtspraak van de Hoge Raad is dat toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast bij het bepalen van de hoogte van de heffing in aanmerking moet worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de boete (zie HR 15 april 2011, nr. 09/05192, NTFR 2011/946), is deze matigingsgrond mij niet bekend voor gevallen waarin de hoogte van de heffing rechtstreeks uit de bepalingen van de materiële belastingwet voortvloeit, zoals in dit geval Wet LB 1964. Nu de naheffingsaanslag in dit geval tot stand is gekomen op basis van een forfaitaire benadering van het voordeel en met toepassing van een verzwaarde bewijslast voor belanghebbende, leidt de ongebruikelijke redenering van het hof evenwel niet tot een onredelijke uitkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653, en de alinea staat in dat document op bytes 42122 tot 42885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eab1dbcffc4fd776fbfd667f2ff0cff597a61e2268dd3b7e7bd3c88f18a90653 | shasum -a 256