Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2017

Onder 2.10. Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:225.

Zoals het hof terecht heeft overwogen is terugverwijzing slechts in uitzonderingsgevallen aan de orde, namelijk in de gevallen waarin de appelrechter een uitspraak van de rechter in eerste aanleg vernietigt waarbij deze zich onbevoegd heeft verklaard van het geschil kennis te nemen, hetzij wegens ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, hetzij op grond van het bepaalde in art. 1022 lid 2 Rv, hetzij uit hoofde van het onderwerp van het geschil. Daarmee kan op een lijn worden gesteld de situatie waarin de rechter louter op processuele gronden niet aan een inhoudelijke behandeling van de zaak tussen de betrokken partijen is toegekomen. De situatie waarin op louter processuele gronden geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden doet zich hier, anders dan het onderdeel lijkt te betogen, niet voor. In eerste aanleg heeft immers wel degelijk een inhoudelijke behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Voor zover [eiseres], zoals zij stelt, in eerste inleg onvoldoende verweer heeft kunnen voeren doordat sprake was van onvoldoende voorbereidingstijd brengt dat niet met zich dat de hierboven geformuleerde uitzondering van toepassing is. De devolutieve werking van het hoger beroep brengt immers met zich dat het hof de zaak aan zich moet houden, ook als dit ertoe leidt dat een substantieel gedeelte van het geschil tussen partijen slechts in één feitelijke instantie zal worden berecht. Dit is niet anders indien sprake is geweest van schending van het beginsel van hoor en wederhoor (het hof laat uitdrukkelijk in het midden of daar sprake van is geweest). Wel kan dit er onder omstandigheden toe leiden dat het hof zich “meer als ‘eerste aanlegrechter’ gedraagt” , ter compensatie van de eerdere schending. Het hof heeft in het onderhavige geval geoordeeld dat een eventuele eerdere schending voldoende gecompenseerd is, aangezien [eiseres] in hoger beroep voldoende voorbereidingstijd heeft gehad om zich te verweren tegen het faillissement en haar verweer voldoende heeft kunnen toelichten. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. De klacht faalt dan ook.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/798e1514b12b9c159d0bed4d8ae6f9a7b3593463ef38ca8c8321349d91bf76fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 798e1514b12b9c159d0bed4d8ae6f9a7b3593463ef38ca8c8321349d91bf76fe, en de alinea staat in dat document op bytes 25577 tot 27997.