Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2017
Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:225.
Het hof stelt voorop dat een faillietverklaring kan worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de aanvraag daarvan bestaand vorderingsrecht van (een van) de aanvragende schuldeiser(s) alsmede van het (thans) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Voor dit laatste is noodzakelijk (maar niet voldoende) dat op het moment van het wijzen van arrest sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl ten minste één vordering opeisbaar dient te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/798e1514b12b9c159d0bed4d8ae6f9a7b3593463ef38ca8c8321349d91bf76fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 798e1514b12b9c159d0bed4d8ae6f9a7b3593463ef38ca8c8321349d91bf76fe, en de alinea staat in dat document op bytes 31656 tot 32240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/798e1514b12b9c159d0bed4d8ae6f9a7b3593463ef38ca8c8321349d91bf76fe | shasum -a 256