Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:229.

In de derde plaats is de vraag of de eisvermeerdering wel betrekking heeft op een geheel of overwegend nieuwe vordering of (feitelijke) grondslag en niet in het verlengde ligt van de tot dan toe gevoerde rechtsstrijd, zoals onderdeel i.1 veronderstelt. Het is maar hoe ruim men hier de grens wil trekken. [verweerder] en [eiser] bevochten elkaar de eigendom van de Koekkoek met als inzet of [verweerder] inderdaad, zoals hij tegenover de curator van [A] had beweerd, eigenaar was gebleven van het schilderij. In het kader van dat geschil is in eerste aanleg en appel vóór verwijzing onder meer geschilpunt of er sprake was van een verkoop door [verweerder] van het schilderij aan [betrokkene 1/A] . [eiser] betoogt (s.t. onder 32) dat “de opzettelijke verzwijging door [verweerder] van de factuur van 20 juli 2002 en diens stellingname en getuigenverklaring in de procedure [betrokkene 2] behoren tot de kern van die rechtsstrijd.” Zo bezien ligt de grondslag voor de eisvermeerdering direct in het verlengde van het partijdebat voorafgaand aan het eerste cassatieberoep. Ik betwijfel of dit zo rekkelijk kan worden gezien, maar er is iets voor te zeggen dat het hier geen heel ander deelgeschil is dat niets te maken heeft met de aanvankelijke zaak. De blik op deze kwestie bepaalt mede de reikwijdte van de te hanteren toets.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2, en de alinea staat in dat document op bytes 72592 tot 73938.