Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:229.
De precedentwaarde van een beslissing in deze zin, dus het in de omstandigheden van deze zaak toestaan van een uitzondering op een aantal hoofdregels van procesrecht, acht ik niet groot, vanwege de zeer uitzonderlijke omstandigheden van deze zaak. Tot de kern teruggebracht gaat het daarbij dus om het volgende. Een procespartij legt in de ene zaak een bewijsstuk over dat hij in de andere zaak achterhoudt en wat in laatstbedoelde zaak een kerngeschilpunt adieert en verklaart op dit kernpunt onder ede in beide zaken tegenovergesteld; hoewel de rechter in de ene zaak op basis van de eigen verklaring van deze partij en dit bewijsstuk een deductie maakt, verklaart deze zelfde partij in de andere zaak, geconfronteerd met die rechterlijke gevolgtrekking uit de ene zaak, dat de rechter in die ene zaak zich vergist moet hebben. Dat zijn nogal krasse feiten die in de praktijk niet vaak voor plegen te komen. Een beslissing langs deze lijnen “vervuilt” het systeem zo te zien dan niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2, en de alinea staat in dat document op bytes 83227 tot 84231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2 | shasum -a 256