Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017
Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:229.
Ik meen ten slotte dat voor het geval Uw Raad hier de teugels toch strakker zou wensen te houden dan door mij zo-even bepleit – waar goede gronden voor kunnen zijn, zoals ook [eiser] onder ogen ziet blijkens het gestelde bij s.t. onder 37 , maar volgens mij dan wel heropening van het debat in cassatie als hiervoor bedoeld in 3.15 nodig zou zijn – in het arrest van Uw Raad tot uitdrukking zou kunnen worden gebracht dat [eiser] de mogelijkheid zou moeten behouden het voorwerp van zijn alsdan afgewezen eisvermeerdering in een afzonderlijke procedure alsnog aan de rechter voor te leggen. Dat laatste raakt overigens meteen een volgend argument waarom ik in de bijzonder uitzonderlijke omstandigheden van deze zaak het minder gewenst acht wanneer de eisvermeerdering hier zou stranden; dat dwingt partijen opnieuw een procedure te beginnen in een kwestie die naar het oordeel van het hof in de verwijzingszaak “voor risico” dient te komen van [verweerder] , gelet op diens (preprocedurele) proceshouding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2, en de alinea staat in dat document op bytes 85409 tot 86500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2 | shasum -a 256