Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:229.

13. Wanneer de overwegingen uit het hier besproken arrest worden vergeleken met het citaat uit De Vries/Gemeente Voorst, heeft het er enigszins de schijn van dat terugkomen op een bindende eindbeslissing eerder mogelijk is dan het toelaten van een door een novum geïndiceerde grief na de memoriewisseling. Zo zou men kunnen menen dat een door een verzuim van de belanghebbende partij niet eerder naar voren gebracht essentieel feit wél grond zou kunnen zijn voor het terugkomen op een eindbeslissing, maar niet voor het toelaten van een grief. Zo bezien zou het antwoord op de vraag of bepaalde omstandigheden binding aan een eerdere eindbeslissing onaanvaardbaar maken, verschillen al naar gelang het gaat om een beslissing uit een vorige instantie waartegen niet tijdig is opgekomen of een beslissing uit een eerdere tussenuitspraak in dezelfde instantie. Naar ik meen is dit subtiele verschil slechts schijn en dienen de toepassingsvoorwaarden van beide nova-uitzonderingen uniform te worden geïnterpreteerd. Vanuit het oogpunt van rechtseenheid verdient dit ook verre de voorkeur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2, en de alinea staat in dat document op bytes 88275 tot 89375.