Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017

Onder 3.47 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:229.

[verweerder] brengt hier niet tegen in dat hij (elders) wel het causaal verband heeft betwist. Hij voert als verweer dat art. 237-240 Rv een exclusieve regeling met betrekking tot proceskosten biedt, die daargelaten hier niet spelende bijzondere omstandigheden (sic) geen ruimte laat voor toewijzing van volledige proceskostenvergoedingen. Verder stelt [verweerder] bij s.t. onder 23 dat het oordeel van het hof “dat onzeker is of het gedrag van [verweerder] wel tot de door [eiser] gestelde extra kosten heeft geleid” in het kader van de proceskostenveroordeling geen causaliteitstoets is, maar behoort tot begroting van proceskosten, een feitelijke beslissing die niet op een misslag berust en geen verdere motivering behoeft. Dat gaat langs de kern van subonderdeel 1.1 heen en verliest uit het oog dat de op onrechtmatige daad en misbruik van procesrecht gebaseerde vordering juist is gegrond op de meerbesproken bijzondere (uitzonderlijke) omstandigheden van “onwaarachtig” procederen. Dit vormt geen miskenning van het aan het stelsel van art. 6:96 lid 3 BW jo. 241 Rv ten grondslag liggende beginsel dat een partij kort gezegd toegang tot rechter moet hebben (vgl. s.t. zijdens [verweerder] onder 15-17). Waar (pre)procedureel handelen vormen aanneemt die als misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad kwalificeren, kan dat in zichzelf grond zijn voor een daarop gebaseerde schadevergoedingsactie .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 344c151fbc52d3a634af83c49f4bb07d50afab941449d5dac56da560a78a2ac2, en de alinea staat in dat document op bytes 111009 tot 112518.