Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:233.

“3.6.2 De regeling van de verzettermijn berust op een afweging van enerzijds het belang dat een oorspronkelijk gedaagde niet gebonden wordt aan een hem niet bekend veroordelend vonnis, en anderzijds het belang van de oorspronkelijk eiser dat op enig met een voldoende mate van zekerheid te bepalen moment de veroordeling bij verstek onherroepelijk wordt. Bij de toepassing van de regeling van de verzettermijnen in een concreet geval mag het recht van de beide betrokken partijen op toegang tot de rechter niet in de kern worden aangetast (vgl. HR 25 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4936, NJ 2000/509; HR 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2341, NJ 2005/191; HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9154, NJ 2010/526).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29, en de alinea staat in dat document op bytes 57614 tot 58347.