Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:233.
Van belang is voorts dat in de onderhavige zaak tijdig voor de uitspraak – meer specifiek: nog vóór de dagbepaling voor het pleidooi – ter kennis van het Hof is gekomen dat het exploot waarbij de akte van appel en de memorie van grieven op grond van art. 273 Rv jo. art. 5 sub 8ᵒ Rv Aruba zijn betekend, [verzoeker] kennelijk niet (tijdig) heeft bereikt. Dit kan worden afgeleid uit de – blijkens rov. 2.1 van het bestreden vonnis bij het Hof bekende – e-mail van [betrokkene] van 14 september 2015, waarin zij aan [verzoeker] bericht dat de akte van hoger beroep en de memorie van grieven op 18 juni 2014 zijn betekend en dat de directeur van DWJZ voor gezien heeft getekend. Onder deze omstandigheden bestond voor het Hof grond om ambtshalve te onderzoeken welke stappen de directeur van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken heeft ondernomen om er zoveel mogelijk zorg voor te dragen dat het exploot [verzoeker] ten spoedigste zou bereiken. Dit onderzoek had het Hof dan tot de conclusie moeten nopen dat de stukken [verzoeker] niet (tijdig) hebben bereikt en dat [verzoeker] daardoor niet in de gelegenheid is gesteld om binnen de voorgeschreven termijn (vgl. art. 274 Rv Aruba) een memorie van antwoord in te dienen. Dit een en ander had voor het Hof aanleiding moeten zijn om [verzoeker] een aanvullende redelijke termijn te bieden voor het nemen van de memorie van antwoord. Van een ambtshalve onderzoek als hiervoor bedoeld heeft het Hof in het bestreden vonnis ten onrechte geen blijk gegeven, zodat de daarop gerichte klacht slaagt (zie het verzoekschrift, p. 4). Ook de klacht dat [verzoeker] doordat hij niet, althans niet tijdig, kennis heeft kunnen nemen van het ingestelde hoger beroep en de memorie van grieven, ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om een memorie van antwoord te nemen (en daarbij eventueel incidenteel appel in te stellen) acht ik gegrond. Het cassatiemiddel stelt daarbij terecht aan de orde gesteld dat het e-mailbericht van [betrokkene] 14 september 2015 niet als een deugdelijke oproeping kan worden beschouwd, omdat daarmee niet is gewaarborgd dat [verzoeker] (tijdig) kennis kon nemen van de akte van hoger beroep en de (inhoud van de) memorie van grieven en – indien gewenst – verweer kon voeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29, en de alinea staat in dat document op bytes 58447 tot 60791.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29 | shasum -a 256