Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:233.
2. Heeft degene voor wie het exploot bestemd is, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland in een Staat die partij is bij het op 15 november 1965 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken (Trb. 1966, 91) en ontvangt deze het afschrift op een wijze die aldaar wordt aangemerkt als betekening in persoon, dan wordt het exploot geacht te zijn gedaan aan hem in persoon.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29, en de alinea staat in dat document op bytes 27692 tot 28246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29 | shasum -a 256