Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:233.

De achtergrond van het systeem van fictieve betekening hangt samen met het feit dat de Nederlandse wet voorschrijft dat exploten gedaan dienen te worden door een Nederlandse deurwaarder. Het doen van een exploot, met de gevolgen die het Nederlandse recht daaraan verbindt, wordt gezien als een soevereine handeling ( public act ). De bevoegdheid van de Nederlandse deurwaarder tot het verrichten van deze handeling is echter beperkt tot het grondgebied van de Nederlandse staat. Dit betekent dat voor betekening van een exploot aan een in het buitenland woonachtige of verblijvende geëxploteerde de medewerking van de autoriteiten van de betreffende staat is vereist. Zonder bindende, in verdragen of andere regelingen neergelegde, afspraken is echter onzeker of de buitenlandse autoriteiten die medewerking – die in beginsel langs diplomatieke weg zal moeten worden verkregen – zullen verlenen. Om te bereiken dat recht wordt gedaan aan de belangen van degene op wiens verzoek het exploot wordt gedaan, is het nodig dat aan de onzekerheid over de medewerking van buitenlandse autoriteiten een einde komt. Dit geldt temeer indien het exploot een procesinleidend stuk betreft. Het recht op een effectieve toegang tot de rechter brengt dan met zich dat een partij haar wederpartij binnen redelijke termijn in rechte moet kunnen betrekken. Om deze reden wordt een fictieve betekening aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29, en de alinea staat in dat document op bytes 34673 tot 36242.