Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:233.

“Het verdrag laat, al of niet voorwaardelijk, binnen zijn toepassingsgebied nog andere wijzen van betekening of kennisgeving van stukken in het buitenland toe (artikel 8-11: men zie ook de artikelen 24 en 25). De in het geldende recht van de afzonderlijke verdragstaten bekende methoden voor de mededeling van stukken in het buitenland, blijven (ook) voor het werkingsgebied van het verdrag toegelaten, zij het dan onder de krachtens de artikelen 8-11 eventueel gestelde voorwaarden. Zo zal een stuk ook door een diplomatieke of consulaire ambtenaar van de verdragstaat van herkomst van dat stuk in een andere verdragstaat kunnen worden medegedeeld, indien het recht van eerstgenoemde staat deze methode kent en het stuk volgens art. 8 Verdrag op die wijze in een andere verdragstaat kan worden meegedeeld. Deze methode is in Nederland gebruikelijk voor de kennisgeving in het buitenland van overeenkomstig art. 4 sub 8 Rv (thans art. 55 lid 1 Rv ) betekende exploiten, bestemd voor personen die een bekende woonplaats in een land buiten het Koninkrijk hebben.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29, en de alinea staat in dat document op bytes 38265 tot 39377.