Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:233.
Zo is bijvoorbeeld sprake van schending van hoor en wederhoor als een oproeping een procespartij niet heeft bereikt door een verkeerde adressering door de rechterlijke instantie, en die partij daardoor niet is gehoord. De uitspraak kan dan niet in stand blijven. En indien de oproeping wel op een juiste en deugdelijke wijze is geschied maar een procespartij is toch niet verschenen, dan moet de rechter, als er sprake is van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs twijfel kan bestaan of de oproep is ontvangen, ambtshalve onderzoek naar die ontvangst doen. Ook dit volgt uit het fundamentele belang van het beginsel van hoor en wederhoor. Indien daartoe aanleiding bestaat, zal de rechter vervolgens de datum van de mondelinge behandeling moeten verplaatsen of een nieuwe mondelinge behandeling moeten bepalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29, en de alinea staat in dat document op bytes 45627 tot 46597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec62cb8f0310b4356b80719e5f840b4d7d3af67286b939d06f0b71805c2fbb29 | shasum -a 256