Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:236.

Art. 6:170 BW bepaalt kort gezegd dat in het geval van een aan het werk gerelateerde fout van een ondergeschikte, (ook) degene in wiens dienst hij zijn taak vervult aansprakelijk is voor de schade. Deze regel ziet op een gezagsverhouding met zeggenschap. Zeggenschap is een ruim begrip: beslissend is of de bevoegdheid bestaat om de ondergeschikte instructies met betrekking tot de gedragingen te geven. Niet nodig is dat de degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult daadwerkelijk aanwijzingen geeft: voldoende is dat hij hiertoe de bevoegdheid heeft. Art. 6:170 lid 1 BW heeft daarom ook betrekking op (fouten van) ondergeschikten die doorgaans zelfstandig en naar eigen inzicht handelen. Ondergeschiktheid is in beginsel gegeven wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling. Ook zonder dienstbetrekking kan echter sprake zijn van ondergeschiktheid; daarbij valt onder meer te denken aan een handelsagent die niet in vaste dienst is, een zoon die zijn vader uit welwillendheid helpt in diens garagebedrijf en een loodgieter die niet bij het loodgietersbedrijf in dienst is, maar als ZZP’er is ingehuurd. Een verhouding van ondergeschiktheid in de zin van art. 6:170 BW bestaat ook tussen de beslaglegger en de door hem aangestelde bewaarder, indien dit een ander dan de beslagene is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acf4897a7b8bec13be84d46468fb25c961267bc7d4a92e9aca21fe8079f95a57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acf4897a7b8bec13be84d46468fb25c961267bc7d4a92e9aca21fe8079f95a57, en de alinea staat in dat document op bytes 62224 tot 64091.