Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:236.
In het arrest Groot Kievitsdal heeft Uw Raad tot uitdrukking gebracht dat (anders dan vaak werd aangenomen) bij de beoordeling van het functioneel verband niet apart aan de elementen ‘kansvergroting’ en ‘zeggenschap’ behoeft te worden getoetst. Uw Raad oordeelde dat voor de beoordeling of sprake is van een functioneel verband alle ter zake dienende omstandigheden van belang zijn. Daarbij gaat het onder meer om het tijdstip waarop en de plaats waar de desbetreffende gedraging is verricht, alsmede de aard van die gedragingen en de eventueel door of ingevolge de dienstbetrekking voor het maken van de fout geschapen gelegenheid, dan wel aan de werknemer ter beschikking staande middelen. In genoemd arrest was tijdens een personeelsfeest brand ontstaan in het restaurant waar het feest werd gehouden. Oorzaak van de brand was dat enkele werknemers lampolie op een gasbarbecue hadden gegooid. Vast kwam te staan dat een van de directeuren aanwezig was geweest en niet had ingegrepen, maar hen in plaats daarvan daartoe eerder had opgejut. Uiteindelijk brandde het gehele restaurant af en was een miljoenenschade het gevolg. Het hof oordeelde dat, hoewel deze schade niet was veroorzaakt in de uitvoering van de normale werkzaamheden en evenmin op de werkplek en binnen werktijd, toch sprake was van een functioneel verband. Daarbij speelde mee dat de werknemers en de werkgever ten tijde van het ontstaan van de schade als een eenheid naar buiten traden, namelijk als behorend tot één bedrijf. Ook speelde een rol dat een leidinggevende aanwezig was, die zijn gezag had kunnen aanwenden om de werknemers van hun gedrag te weerhouden, maar dat niet had gedaan. Naar het oordeel van Uw Raad had het hof aldus op goede gronden geoordeeld dat de voor toepassing van art. 6:170 lid 1 BW noodzakelijke functionele samenhang bestond tussen de dienstbetrekking waarin de werknemers tot hun werkgever(s) stonden en de door hen gemaakte fout, en dat oordeel toereikend gemotiveerd. Dat de fout buiten werktijd werd gemaakt, op een andere plaats dan waar de werknemers hun werkzaamheden verrichten, dat de fout geen verband hield met hun werkzaamheden en dat deze ook niet werd gemaakt met gebruikmaking van zaken of middelen die de werknemers ten behoeve van hun werkzaamheden ter beschikking waren gesteld, deed aan het bestaan van een functioneel verband niet af. Vergeefs werd in cassatie aangevoerd dat daarmee ‘alle seinen op rood’ stonden voor het aannemen van functioneel verband. Dat dit verband wél werd aangenomen, is veelzeggend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acf4897a7b8bec13be84d46468fb25c961267bc7d4a92e9aca21fe8079f95a57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acf4897a7b8bec13be84d46468fb25c961267bc7d4a92e9aca21fe8079f95a57, en de alinea staat in dat document op bytes 66260 tot 69013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/acf4897a7b8bec13be84d46468fb25c961267bc7d4a92e9aca21fe8079f95a57 | shasum -a 256