Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:248.
Dat gemeenten een grote vrijheid hebben bij het bepalen van de tariefstelling voor de retributies, bleek vorig jaar wel uit een uitspraak van Hof Amsterdam over de legestarieven van de gemeente Zaanstad (zie Hof Amsterdam 18 december 2014, 14/00063, Belastingblad 2015/115 met mijn noot). Deze gemeente bepaalde de leges aan de hand van de totale oppervlakte van alle bouwlagen van het gebouw of de uitbreiding ervan. In het daar berechte geval leidde dat tot een aanslag leges die (omgerekend) 12,38% bedroeg van de geschatte bouwkosten van het project. Volgens Rechtbank Noord-Holland leverde dit een onredelijke en willekeurige belastingheffing op. Het hof besliste echter anders. Los van het feit dat bij de bepaling van de redelijkheid van de heffing niet de geschatte bouwkosten bepalend zijn, maar de (hogere) werkelijke bouwkosten (zodat het percentage lager uitkomt), oordeelt het hof dat de gekozen tariefstelling hoe dan ook niet leidt tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing. Dat de tariefstelling in een concreet geval onredelijk uitwerkt is hiervoor niet voldoende, er moet sprake zijn van een tariefstelling die naar haar opzet leidt tot een onredelijke of willekeurige heffing en daarvan is in de gemeente Zaanstad geen sprake, aldus het hof. In de onderhavige procedure beslist Rechtbank Rotterdam anders. Aan de rechtbank moet toegegeven worden dat er in de tarieven van de gemeente geen lijn valt te ontdekken en dat zeker bij de overgang van de ene categorie naar de andere categorie zeer forse lastenverschuivingen optreden (zie in dit verband de sprekende voorbeelden, opgenomen in r.o. 4.2.2). Het moet de gemeentelijke wetgever op voorhand duidelijk zijn geweest dat deze tariefstelling leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing, aldus de rechtbank. Ook in het geval van belanghebbende, die omgerekend 5,35% van de bouwkosten aan leges betaalt, is sprake van een onredelijke en willekeurige heffing. Volgens de rechtbank kan hier niet meer worden gesproken van een bescheiden percentage van de bouwsom als bedoeld in HR 4 april 2014 , 12/05118, Belastingblad 2014/194, m.nt. De Bruin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198, en de alinea staat in dat document op bytes 51832 tot 54046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198 | shasum -a 256