Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:248.

1. De zogenoemde nieuwe vrijheid is sinds 1995 neergelegd in art. 219 lid 2 Gemeentewet en houdt in dat gemeenten, behoudens het verbod op het hanteren van draagkracht als verdelingsmaatstaf en de in de wet gegeven nadere regels, zelf invulling mogen geven aan de in de verordeningen op te nemen heffingsmaatstaven voor de gemeentelijke belastingen en rechten. Specifiek bij de rechten, waaraan we de rechtsgrond kostenverhaal ter zake van gebruik van gemeentelijke bezittingen of van gemeentelijke diensten toedichten, heeft de wetgever destijds een aantal voorbeelden genoemd van een grotere beleidsvrijheid. Hierbij memoreerde de wetgever wel dat het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel in acht moet worden genomen. Het oude evenredigheidskarakter (o.a. HR 9 mei 1984, ECLI:NL:HR:1984:AW8504, Belastingblad 1984, p. 311, alom bekend als arrest Havengeld Zaanstad) werd volgens de wetgever voor de rechten losgelaten. Naar we kunnen aannemen zou het evenredigheidsbeginsel tegenwoordig gelden als een soort verdelingsbeginsel. Rechten zijn nu min of meer belastingen geworden, zou men kunnen zeggen, al moet natuurlijk wel worden voldaan aan de in de Gemeentewet neergelegde kostennorm.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198, en de alinea staat in dat document op bytes 60160 tot 61365.