Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:248.

“4. (...). De Hoge Raad heeft in het Pocketbook-arrest (24 jan. 1969, NJ 1969. 316 m.nt. HD) voor het eerst een directe vordering uit onrechtmatige daad ‘tegen’ een algemeen verbindend voorschrift mogelijk geacht, en dat is sindsdien vaste rechtspraak geworden. In het verlengde daarvan heeft de wetgever op grond van het amendement Jurgens/Biesheuvel bepaald dat artikel 8:2 in 1999 zal vervallen: dan zal dus bij de bestuursrechter beroep tegen algemeen verbindende voorschriften mogelijk zijn. Zolang dat nog niet het geval is, zal de burgerlijke rechter in zijn rol als ‘restrechter’ de aanvullende rechtsbescherming moeten bieden die men van de bestuursrechter nog niet kan verkrijgen. Dit betekent naar de woorden van het arrest, dat er een ‘doeltreffende, waarborgen tegen misverstanden biedende’ regeling moet bestaan voor de burger die meent dat een verordening waarvan hij last ondervindt, onverbindend is. De weg naar de burgerlijke rechter mag dus niet te snel als afgesneden worden beschouwd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198, en de alinea staat in dat document op bytes 71237 tot 72272.