Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017
Onder 6 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:248.
De tweede voorwaarde om te kunnen oordelen dat sprake is van onredelijke en willekeurige belastingheffing, is dat de wetgever de onredelijke en willekeurige gevolgen ‘niet op het oog kan hebben gehad’. Die tweede voorwaarde brengt met zich mee dat indien de wetgever bepaalde, op het eerste gezicht nogal harde gevolgen wel op het oog kan hebben gehad, of daadwerkelijk heeft gehad, de regeling door de beugel kan. De onderkenning van dergelijke gevolgen door de wetgever kan bijvoorbeeld blijken uit de parlementaire geschiedenis. In dit verband is ten eerste de parlementaire geschiedenis over de totstandkoming van art. 229 Gemeentewet van belang. De wetgever merkte in dat kader op: “Het is derhalve ook niet mogelijk om te bepalen dat er per individuele dienstverlening
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198, en de alinea staat in dat document op bytes 92345 tot 93153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af65c4515ea8406fbcd18bc9dcc7f60f65aab4f0ed74448eeb93257a74ee1198 | shasum -a 256