Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

In rov. 4.15. heeft het hof de grieven 6 tot en met 11 beoordeeld. Deze grieven bouwen voort op de overtuiging van de vrouw dat de man bewust in Rusland verdiende gelden voor haar verborgen houdt. Kern van het betoog is dat tijdens het huwelijk veel meer werd verdiend dan werd uitgegeven en dat hieruit volgt dat de man vermogen achterhoudt. Naar het oordeel van het hof is dit betoog onvoldoende overtuigend. In rov. 4.16.-4.17. heeft het hof de grieven 13-I en 13-VI besproken voor zover de vrouw daarmee stelt dat de man gelden achterhoudt in Schotland en/of Engeland. Naar het oordeel van het hof is ook deze stelling niet komen vast te staan. Het hof overweegt als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 71453 tot 72144.