Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

Uit het dossier blijkt niet dat partijen tijdens het huwelijk bewust hebben stilgestaan bij vermogensopbouw voor de toekomst. De vrouw heeft als getuige verklaard dat zij zich in het algemeen niet zo erg bezig hield met de ontwikkeling van de financiën van partijen. Een concreet overzicht over welk vermogen partijen beschikten bij het vertrek van Schotland naar Rusland ontbreekt. De vrouw heeft nog betoogd dat de man anders zou hebben gereageerd, toen zij in 2009 grote bedragen overhevelde naar haar rekeningen, als het vermogen van partijen zo klein zou zijn geweest als hij beweert. De man heeft als getuige uiteengezet waarom hij niet heeft geprotesteerd (hij dacht dat het tussen de vrouw en hem nog wel goed zou komen). Dat betekent dat ook deze door de vrouw aangevoerde omstandigheid veel minder gewicht in de schaal legt dan zij wil. Bij die stand van zaken heeft de vrouw het hof niet ervan overtuigd dat er op de peildatum meer vermogen was dan uit de overgelegde bescheiden blijkt. Evenmin heeft de vrouw op dat punt na het voorlopig getuigenverhoor een nader specifiek bewijsaanbod gedaan, zodat ook de grieven 6 tot en met 11 falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 73745 tot 74910.