Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 4.16. Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.
Voor zover de vrouw in haar grief 13 onder I en VI stelt dat de man eveneens gelden achterhoudt in Schotland en/of Groot-Brittannië geldt het volgende. De man heeft ten behoeve van de vrouw een algehele volmacht afgegeven aan de Schotse advocaat mr. Caplan die namens en voor de vrouw onderzoek heeft kunnen doen en kennis heeft kunnen nemen van alle aldaar bestaande vermogensbestanddelen. In de procedure in eerste aanleg is komen vast te staan dat de overwaarde van de verkoop van het appartement te Glasgow GBP 70.505,46 bedroeg en dat dit bedrag op 2 oktober 2009 is gestort op de bankrekening van partijen bij de Clydesdale bank. In grief 13 onder I stelt de vrouw dat zij recht heeft op de helft van voornoemde overwaarde, doch daarin volgt het hof haar niet, nu de rechtbank aan de vrouw de helft van het saldo op de Clydesdale bank op de peildatum heeft toegedeeld en de overwaarde derhalve is verdisconteerd in het reeds aan de vrouw toegedeelde saldo.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 75032 tot 76009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b | shasum -a 256