Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

Het eerste onderdeel bestrijdt dit oordeel op de volgende gronden. Het procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven (hierna: het procesreglement) bepaalt in art. 1.4.3 dat advocaten een korte spreektijd hebben van ten hoogste tien minuten (randnummer 2.1.1), het procesreglement is recht in de zin van art. 79 RO en dient dus gehandhaafd te worden (eerste gedeelte randnummer 2.1.2) en in de tussenbeschikking van 1 december 2015 is bepaald dat het verweerschrift buiten beschouwing wordt gelaten (eerste gedeelte randnummer 2.1.3). Volgens de vrouw zou het hof in strijd met de goede procesorde en in strijd met art. 19 Rv en 6 EVRM hebben gehandeld door de vrouw pas op de zitting te confronteren met de beslissing om (de advocaat van) de man in de gelegenheid te stellen gedurende meer dan tien minuten het (geweigerde) verweerschrift voor te dragen (tweede gedeelte randnummers 2.1.2 en 2.1.3). Daaraan zou niet afdoen dat de vrouw ook gelegenheid is geboden om haar (eveneens geweigerde) nadere toelichting gedeeltelijk voor te dragen, omdat die toelichting geen reactie op het verweerschrift behelst (randnummer 2.1.4). De rov. 4.8.-4.28. en het dictum zouden daarom ook niet in stand kunnen blijven (randnummer 2.1.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 88602 tot 89864.