Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 3.35 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

Ik meen dat de klacht faalt. De genoemde stellingen zijn niet specifiek in het kader van art. 22 Rv betrokken. Er wordt in deze stellingen ook niet (expliciet) aangegeven welke specifieke uitleg of bescheiden het hof volgens de vrouw had moeten verlangen. Bovendien zijn de stellingen ieder gemotiveerd verworpen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 114676 tot 115002.