Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 3.68 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.
Verder wordt in randnummer 2.4.3-I verdedigd dat er ingevolge de zogenoemde domeinleer op de man een verzwaarde stelplicht zou rusten en dat die domeinleer het hof er ook toe had moeten brengen de bewijslast op grond van de redelijkheid en billijkheid om te keren. In subonderdeel D(2) van het aanvullend verzoekschrift wordt daaraan toegevoegd dat de vrouw ook ter zitting aan de orde heeft gesteld dat het hof uitgaat van een onjuiste (verdeling van de) stelplicht en bewijslast. Ook die klachten slagen niet. De domeinleer komt erop neer dat de eisen die aan de stelplicht verbonden kunnen worden mede afhankelijk zijn van de vraag in wiens sfeer de betreffende informatie zich bevindt. In dit geval heeft de man echter gesteld dat er niet meer bankrekeningen bestaan. In het geval die stelling juist is, berust er ook niet meer informatie bij de man dan hij al heeft verstrekt. Naar het oordeel van het hof had de vrouw de mogelijkheid om met behulp van door de man verstrekte volmachten in Rusland en Schotland alle gegevens bij de betreffende banken op te vragen. De vrouw heeft de juistheid van haar stelling naar ’s hofs oordeel echter niet aannemelijk gemaakt. Dit betekent dat het hof niet op grond van de domeinleer tot een andere verdeling van de stelplicht en/of de bewijslast behoefde te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 142380 tot 143837.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b | shasum -a 256