Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 3.71 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

Het subonderdeel van randnummer 2.4.3-II betoogt dat het hof ten onrechte niet zou hebben gerespondeerd op de stelling van de vrouw dat uit de verklaring van de Russische advocaat Bauke van de Meer blijkt dat de door de man overgelegde bankafschriften in werkelijkheid betalingsoverzichten van een betaalkaart zijn. Verder zou uit die betalingsoverzichten niet kunnen worden afgeleid dat dit de enige rekening bij de Gazprombank is. Deze klacht faalt op dezelfde grond (hiervoor 3.70). Het hof heeft het betoog van de vrouw, dat de man onvoldoende gegevens zou hebben verstrekt over bankrekeningen in Rusland, onderkend. Het hof heeft echter geoordeeld dat de vrouw in staat moet worden geacht om op basis van de door de man verstrekte volmacht alle gegevens bij de Citibank en de Gazprombank op te vragen. Het hof behoefde daarom niet nader in te gaan op het betoog met betrekking tot de overgelegde betalingsoverzichten. Tot slot betoogt de klacht dat tegen de achtergrond van deze stelling, in samenhang met de hiervoor in randnummer 3.33 genoemde stellingen, niet kan worden vastgesteld dat de man een consistent beeld heeft gegeven van het inkomen en het vermogen. Die klacht slaagt evenmin. Het ligt immers op de weg van de vrouw om te stellen en bewijzen dat de door de man verstrekte inlichtingen een onvolledig beeld geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 145665 tot 147046.