Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 3.74 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

De klacht is vergeefs voorgesteld. Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 januari 2016 is de uitspraak van het hof in kort geding van 22 december 2015 bij die zitting door de voorzitter ter sprake gebracht (proces-verbaal p. 2, vijfde alinea). Verder heeft het hof zijn beslissing niet op de uitspraak in kort geding gegrond. Het hof heeft overwogen dat de man naar aanleiding van dit kort geding aan een door de vrouw aangewezen notaris volmacht heeft verstrekt om alle afschriften van de bankrekeningen van de man bij de Gazprombank en de Citibank in de periode van 2006 tot 2010 op te vragen. Die gang van zaken vindt echter grond in (het voorgedragen gedeelte van) de nadere toelichting van de vrouw zelf. De vrouw stelt daarin immers (p. 7-8): “Want in het kader van het tussen partijen in december 2014 en januari 2015 gevoerde executiegeschil is afgesproken dat de vrouw een notaris zou aanwijzen die eigenmachtig naar de Citibank en de Gazprombank zou gaan om (wederom) informatie op te vragen met betrekking tot de aldaar door de man aangehouden rekeningen in de periode 2006-2010. De vrouw verwachtte overigens weinig van deze exercitie, want het viel natuurlijk te verwachten dat de banken zodanig geïnstrueerd waren dat zij dezelfde informatie en stukken zouden voortbrengen als eerder rechtstreeks aan de man.” Dit betekent dat de klacht over de verwijzing door het hof naar de uitspraak in kort geding geen doel treft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 148591 tot 150068.