Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 3.75 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.
In het subonderdeel in randnummer 2.4.3-V wordt verdedigd dat het hof de vrouw bij tussenbeschikking in de gelegenheid had moeten stellen om de resultaten van het onderzoek van de Russische notaris en mr. Caplan in het geding te brengen. Daartoe verwijst de vrouw naar een passage in de pleitnota van mr. Kaandorp voor de mondelinge behandeling van 14 januari 2016 waarin zij aanbiedt om bankafschriften uit Schotland in het geding te brengen. Ook in zoverre faalt de klacht. Uit rechtspraak van Uw Raad volgt namelijk dat van partijen mag worden verlangd dat zij relevante stukken zelf in het geding brengen en dat de rechter partijen daartoe niet in de gelegenheid behoeft te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 150148 tot 150946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b | shasum -a 256