Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 3.76 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.
Volgens het subonderdeel in randnummer 2.4.3-VI zou het hof ook in rov. 4.14.(ii). hebben miskend dat het de man is die inzage dient te verschaffen. Het hof zou in dat licht ten onrechte hebben overwogen dat de vrouw aan de getuigenverklaringen geen bewijs kan ontlenen. Het subonderdeel faalt in zoverre op de gronden genoemd in randnummers 3.45 en 3.67. Verder heeft het hof volgens dit subonderdeel miskend dat de vrouw bij de nadere toelichting bewijs heeft aangeboden van het bestaan van (nog) een eurorekening beginnend met 4260 en eindigend op 015. Deze klacht faalt. Van de partij die de bewijslast draagt, mag volgens rechtspraak van Uw Raad in hoger beroep een gespecificeerd bewijsaanbod worden verlangd. De vrouw heeft echter niet toegelicht welke concrete feiten en omstandigheden zij zou willen bewijzen die het bestaan van de genoemde rekening (kunnen) onderbouwen. Het hof heeft het bewijsaanbod daarom als onvoldoende specifiek mogen passeren. Tot slot wordt betoogd dat het hof pagina’s 1 tot en met 12 van de nadere toelichting in dit verband onbesproken laat. Deze klacht faalt aangezien niet wordt vermeld welke concrete (essentiële) stellingen het hof zou hebben gepasseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 151026 tot 152401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b | shasum -a 256