Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 3.91 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

Verder bepleit het subonderdeel van randnummer 2.5.2 dat het hof ten onrechte niet zou hebben beslist op het beroep van de vrouw op art. 1:164 BW (schadevergoeding bij benadeling van de huwelijkse gemeenschap) en art. 6:162 BW (onrechtmatige daad). Deze klacht faalt eveneens. De vrouw heeft voor het eerst in de nadere toelichting een beroep gedaan op art. 1:164 BW en op art. 6:162 BW als grondslagen van de vordering. Verder heeft de vrouw voor het eerst in de nadere toelichting verzocht te bepalen dat de man schadevergoeding dient te betalen (hiervoor 3.23). Dit betekent dat in zoverre sprake is van een eisvermeerdering. Het hof heeft in rov. 4.5. geoordeeld dat de nadere toelichting buiten beschouwing blijft voor zover dit stuk een uitbreiding c.q. vermeerdering van de eis inhoudt. Naar mijn mening is de klacht tegen dat oordeel vergeefs voorgesteld (hiervoor 3.22). Dit betekent dat het hof niet inhoudelijk behoefde te beslissen op het beroep op art. 1:164 BW en op art. 6:162 BW. Dit betekent dat het subonderdeel van randnummer 2.5.2 vergeefs is voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 165207 tot 166366.