Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 3.94 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.
Voor wat betreft de Belgische en Nederlandse bankrekening heeft de vrouw zich beroepen op de volgende stellingen op pagina 36 van het appelschrift: “De man beschikte op de peildatum tenminste nog over 1 bankrekening in België (hij was inmiddels aldaar woonachtig) bij de Citibank onder nummer [002] . Graag zou de vrouw zien, dat de man op dit punt (inzichtelijk maken van alle door hem aangehouden rekeningen in België op de peildatum) tot bewijslevering wordt verplicht, waarvan akte! De vrouw komt een beroep toe op het bepaalde ex artikel 3:194 lid 2 BW. Dit houdt meer concreet in, dat alle bij de Citibank België op de peildatum aanwezige banktegoeden aan de vrouw dienen te worden verbeurd (…). Los van dit alles heeft de vrouw inmiddels ook vernomen dat de man op de peildatum nog beschikte over 1 of meerdere privérekeningen bij de ING bank. De vrouw verzoekt uw gerechtshof de man ook op dit punt tot (tegen)bewijslevering te verplichten, waarvan akte!” Met betrekking tot de Duitse bankrekeningen heeft de vrouw erop gewezen dat zij op pagina 10 van de nadere toelichting in appel nog een tweetal (tot dat moment onbekende) bankrekeningen (bij Commerzbank en Deutsche bank) heeft benoemd en daarvan bewijs heeft overgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 166930 tot 168188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b | shasum -a 256