Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:286.

Op 22 september 2014 heeft de advocaat van de vrouw, in aanvulling op het faxbericht van 5 september 2014, gesteld dat de man met de bij brief van 17 september 2014 ingediende stukken geen overzicht heeft verstrekt van de op 9 november 2010 bij Citibank aanwezige rekeningen en saldi en dat hij weigert de door de vrouw opgestelde volmachten te ondertekenen. Volgens de vrouw heeft zij er weet van dat de man ten minste nog één door de man niet genoemde bankrekening bij Gazprombank heeft gehad, omdat dit rekeningnummer zichtbaar is als tegenrekening op één van de overgelegde afschriften van ABN Amro. Tot slot heeft zij gesteld dat uit de verklaring van Zenit blijkt dat de bonussen hoger waren dan door de man gesteld en dat de vraag rijst op welke rekeningen deze bedragen zijn ontvangen. De vrouw persisteert bij haar verzoeken uit de brief van 5 september 2014.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7443c67fa145584edfe4a34d87d8d9142bba7584d1ad8e7833df92189c22041b, en de alinea staat in dat document op bytes 23537 tot 24499.