Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 1.5. Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:288.
Partijen hebben gewoond in een woning te [plaats A] , die eigendom is van de biologische moeder. Toen partijen feitelijk uit elkaar gingen is de adoptief-moeder aanvankelijk ingetrokken bij haar ouders in [plaats B] ; later heeft zij een woning in [plaats B] gehuurd. De rechtbank overwoog dat door de afstand tussen beide woonplaatsen een co-ouderschap geen optie meer is. De rechtbank overwoog dat, alles tegen elkaar afwegende, de hoofdverblijfplaats van de zoon bij de adoptief-moeder dient te zijn. Daarbij achtte de rechtbank doorslaggevend dat de adoptief-moeder een part-time baan heeft en daarnaast vanuit huis werkt en minder opvang voor de zoon nodig heeft. De biologische moeder heeft weliswaar ook een regelmatige opvang geregeld, maar doordat zij in ploegendienst werkt is opvang nodig op voor de zoon ongunstige tijden: heel vroeg in de ochtend ofwel heel laat in de avond. De rechtbank achtte dat niet in het belang van de zoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b, en de alinea staat in dat document op bytes 7989 tot 8981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b | shasum -a 256