Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.1. Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:288.

De klachten zijn gericht tegen rov. 3.7.2, hierboven geciteerd. Onderdeel I.1 houdt in dat onbegrijpelijk is waarop de feitelijke vaststelling berust dat de zoon al meer dan twee jaar zijn hoofdverblijf bij de adoptief-moeder in [plaats B] heeft: blijkens de beschikking voorlopige voorzieningen van 7 januari 2015 was de hoofdverblijfplaats van de zoon het adres van de biologische moeder. Eerst bij voormelde echtscheidingsbeschikking van 11 december 2015 is (uitvoerbaar bij voorraad) de hoofdverblijfplaats bij de adoptief-moeder bepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b, en de alinea staat in dat document op bytes 11349 tot 12007.