Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:288.

De onderdelen I.2 – I.4 hangen samen met de voorgaande klacht. Onderdeel I.2 is voorgesteld voor het geval dat de rechtbank hiermee tot uitdrukking heeft willen brengen dat de zoon al gedurende meer dan twee jaar méér tijd doorbrengt bij de adoptief-moeder dan bij de biologische moeder. Bij die lezing is de bestreden vaststelling evenzeer onbegrijpelijk, gelet op de inhoud van de destijds tussen partijen geldende zorgregeling (co-ouderschap in de vorm van een résidence alternée : een ‘week op/week af’-schema). Onderdeel I.3 klaagt over een ongeoorloofde aanvulling van de feiten indien het hof in deze overweging tot uitdrukking heeft willen brengen dat de destijds tussen partijen geldende zorgregeling in de praktijk niet werd nageleefd. In dat geval heeft het hof art. 24 Rv geschonden en/of een ontoelaatbare verrassingsbeslissing gegeven. Onderdeel I.4 veronderstelt dat het hof voor ogen heeft dat de zoon feitelijk zijn hoofdverblijfplaats bij de adoptief-moeder had en deze zou mogen ‘houden’; de toelichting op deze klacht benadrukt het gebruik van het woord “houdt” in rov. 3.7.2. Deze klachten lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b, en de alinea staat in dat document op bytes 12087 tot 13421.