Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:288.

De onderdelen I.5 en I.6 zijn gericht tegen de door het hof als ‘doorslaggevend’ beschouwde omstandigheid dat de adoptief-moeder meer uren per week voor de zoon beschikbaar is, omdat zij part time en tijdens de schooluren werkt, terwijl de biologische moeder full time werkt. Onderdeel I.5 klaagt dat het hof heeft verzuimd te responderen op de verklaring van de biologische moeder dat, mocht haar full time werkkring (in ploegendienst) haar worden tegengeworpen met het oog op de zorg voor de zoon, zij een part time baan zal zoeken. Het niet responderen op deze stelling acht zij te meer onbegrijpelijk, nu zij in dit geding steeds heeft gesteld dat zij alles eraan doet om haar werkkring dusdanig in te richten dat deze - met het oog op de zorg voor de zoon - haar niet kan worden tegengeworpen. Het is niet gebleven bij een bereidverklaring. Zij heeft hiervan ook blijk gegeven: zij heeft aan het hof meegedeeld dat zij het voor elkaar heeft gekregen dat zij in januari 2015 van drieploegendienst naar een tweeploegendienst is overgegaan en daarenboven alles in het werk heeft gesteld om ouderschapsverlof te verkrijgen. Aan deze essentiële stellingen is het hof volgens de klacht ten onrechte zonder motivering voorbijgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b, en de alinea staat in dat document op bytes 15920 tot 17410.