Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:288.
In geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag kunnen geschillen hieromtrent op verzoek van (een van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Een door de rechter vast te stellen regeling inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag kan ook de beslissing omvatten, bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft . Voor de keuze van de hoofdverblijfplaats heeft de wetgever de rechter geen ander aanknopingspunt gegeven dan ‘het belang van het kind’. Deze maatstaf is bekend uit art. 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK, Trb. 1990, 170). De in de andere bepalingen van dit verdrag neergelegde rechten van het kind bieden op zichzelf al enige aanknopingspunten voor hetgeen het belang van een kind met zich kan meebrengen. Een gezaghebbend commentaar vermeldt als “Elements to be taken into account when assessing the child’s best interests ” onder meer het volgende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b, en de alinea staat in dat document op bytes 19149 tot 20336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dc0435d834825b3b2c54aa724ea497f5abc9673b7f64b953cd570715cf3a41b | shasum -a 256