Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 1.11 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:291.

Na een comparitie van partijen op 12 februari 2014 heeft de kantonrechter bij vonnis van 17 maart 2014 de vorderingen van [eiser] toegewezen. De kantonrechter heeft [verweerder] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering in (voorwaardelijke) reconventie. Verkort weergegeven heeft de kantonrechter geoordeeld (i) dat [verweerder] niet al vóór de overdracht van de woning aan [eiser] de hoofdhuurder is geworden op grond van een mondelinge afspraak met [betrokkene 1] , (ii) dat hij ook geen huurder is geworden op grond van gewoonterecht dan wel gerechtvaardigd vertrouwen, en (iii) dat hij evenmin als medehuurder op de voet van art. 7:268 lid 2 BW kan worden beschouwd. Naar het oordeel van de kantonrechter verbleef [verweerder] daarom zonder recht of titel in de woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535, en de alinea staat in dat document op bytes 10247 tot 11039.