Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:291.
“8. Bij beoordeling van de grieven stelt het hof voorop dat de stelplicht en de bewijslast van de stelling dat [verweerder] zonder recht of titel in de woning verblijft, op [eiser] rusten. [eiser] beroept zich immers op de rechtsgevolgen van dat feit, terwijl [verweerder] dat feit gemotiveerd heeft betwist. Het enkele feit dat de huurovereenkomst oorspronkelijk door de ouders van [verweerder] is aangegaan, is niet voldoende voor de conclusie, ook niet bij wijze van vermoeden, dat [verweerder] thans zonder recht of titel in de woning verblijft, aangezien dat feit niet uitsluit dat [verweerder] op enig moment met [betrokkene 1] is overeengekomen dat hij (mede)huurder van de woning zou zijn. Ook het feit dat een inwonend kind in beginsel niet als medehuurder wordt aangemerkt, laat onverlet dat later anders kan zijn overeengekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535, en de alinea staat in dat document op bytes 12886 tot 13740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535 | shasum -a 256