Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:291.

Dat oordeel is niet juist. [eiser] diende namelijk slechts feiten te stellen die de conclusie dat [verweerder] zonder recht of titel in de bovenwoning verbleef, kunnen dragen. [eiser] heeft dat gedaan. Vervolgens was het aan [verweerder] om feiten te stellen en zo nodig te bewijzen die het rechtsgevolg kunnen dragen, dat hij uit hoofde van een huurovereenkomst gerechtigd is om in de woning te verblijven. Meer in het bijzonder was het aan [verweerder] om feiten te stellen, en zo nodig te bewijzen, ter onderbouwing van zijn stelling dat hij medehuurder was dan wel dat hij op enig moment (met toestemming van de verhuurder) de huur van zijn ouders heeft overgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f609ae334cdb5d4643bbf7e73daf76fd1c65ea0a09f5d07e396f7ca0b56a7535, en de alinea staat in dat document op bytes 20970 tot 21717.