Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:304.

Het voorgelegde vraagstuk houdt verband met de lijdelijke rol van de burgerlijke rechter: de rechter legt niet ongevraagd een bevel op, maar uitsluitend op vordering van de eisende partij. Dit volgt onder meer uit art. 23 en 24 Rv en, wat betreft het hier toepasselijke materiële recht, uit art. 3:296 BW. Daarnaast speelt het procedurele beginsel van hoor en wederhoor een rol: indien aan de vordering van de eisende partij een uitleg wordt gegeven waarop de wederpartij niet verdacht was en waarmee zij redelijkerwijs ook geen rekening behoefde te houden, wordt de wederpartij geschaad in haar mogelijkheden om zich te verdedigen tegen de (aldus opgevatte) vordering. In de rechtspraak komen beide aspecten tot uitdrukking. Betrekkelijk recent heeft de A-G Wuisman de vereisten bondig samengevat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18abcb0650e4e2f4e63bebf3258d5236cc20db0015ff9fa4ca9a7055560317e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18abcb0650e4e2f4e63bebf3258d5236cc20db0015ff9fa4ca9a7055560317e6, en de alinea staat in dat document op bytes 23255 tot 24067.