Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:304.

[eiser] c.s. hebben in hoger beroep betoogd dat voorzichtigheid bij de uitleg van de veroordeling nodig is en “dat slechts van die activiteiten, die dusdanig inherent zijn aan het verlenen van toegang tot het terrein om de redenen zoals in de procedure aan de orde zijn gekomen en als zodanig aan de vordering ten grondslag zijn gelegd, in redelijkheid gesteld kan worden dat het dulden ervan begrepen moet worden onder de verlening van toegang tot het terrein” . Dit impliceert dat de activiteiten van Chidda c.s. op het terrein niet louter beperkt zouden blijven tot het bezichtigen daarvan. Het hof heeft uit het tussen partijen gevoerde debat kunnen en mogen opmaken dat [eiser] c.s. hebben begrepen, althans hebben moeten begrijpen, dat het Chidda c.s. – als de vordering tot ontruiming niet onverkort kon worden toegewezen – met haar vordering niet slechts in staat gesteld wilde worden om het terrein te bezichtigen, maar ook om in staat gesteld wilde worden om die werkzaamheden op het terrein uit te voeren (of te laten uitvoeren) die nodig zijn ter uitwerking van haar plannen voor de exploitatie van het terrein. De vraag welke activiteiten wel en welke activiteiten niet onder de veroordeling vallen, behoort niet tot het voorwerp van middel 1, maar zal aan de orde komen bij de bespreking van het tweede cassatiemiddel. Middel 1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18abcb0650e4e2f4e63bebf3258d5236cc20db0015ff9fa4ca9a7055560317e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18abcb0650e4e2f4e63bebf3258d5236cc20db0015ff9fa4ca9a7055560317e6, en de alinea staat in dat document op bytes 29106 tot 30548.