Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:304.

Wat betreft het beroep op art. 8 EVRM: in rov. 3.8.5 overweegt het hof dat aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] c.s. en hun kinderen voldoende tegemoet wordt gekomen door de voorwaarden die aan de veroordeling verbonden zijn. Daarbij heeft het hof betrokken dat [eiser] c.s. bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep heeft verklaard dat het maken van afspraken niet langer tot problemen leidt, dat Chidda c.s. stelde dat zij de aankondiging ruim van tevoren doet en dat volgens het hof niet aannemelijk is dat dit in de toekomst anders zal zijn. Mede in het licht van het voorgaande, kan deze redengeving de beslissing tot bekrachtiging van het vonnis dragen. De slotsom is dat ook middel 2 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18abcb0650e4e2f4e63bebf3258d5236cc20db0015ff9fa4ca9a7055560317e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18abcb0650e4e2f4e63bebf3258d5236cc20db0015ff9fa4ca9a7055560317e6, en de alinea staat in dat document op bytes 39640 tot 40383.