Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
29 Zie over de ontwikkelingen in de jurisprudentie bijv. J. Hijma e.a., Rechtshandeling en overeenkomst (2016), p. 103-105 (Bloembergen/Van Schendel). Dat het risicobeginsel een aanvullend karakter heeft, volgt uit HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7490, NJ 2012/389 m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai, rov. 3.4.2. Het toedoenbeginsel is dus nog steeds het uitgangspunt: pas als er geen sprake is van een toedoen, komt toepassing van het risicobeginsel aan de orde, aldus J. Hijma e.a., Rechtshandeling en overeenkomst (2016), p. 106 (Bloembergen/Van Schendel); T.F.E. Tjong Tjin Tai in zijn noot onder HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7490, NJ 2012/389 (onder 2); Asser/Maeijer & Kroeze, 2-1*, 2015/346; W.L. Valk, Toedoen na ING/Bera, NTBR 2010/23.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 58690 tot 59459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256