Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.

36 Er kan dus niet worden volgehouden, zoals onderdeel 1 met de citaten in de schriftelijke toelichting lijkt te willen betogen, dat de bij [verweerders] gewekte schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid niet aan [eisers] kan worden toegerekend omdat [eisers] part noch deel zouden hebben gehad aan het ontstaan van die schijn. Het stilzitten van [eisers] vormde in de concrete omstandigheden van het geval immers een essentiële tussenstap tussen de concept-splitsingsakte en de definitieve akte van 23 juli 2012 op het punt van de stemverhouding: door het stilzitten van [eisers] is de stemverhouding 1:1:1 gehandhaafd in de splitsingsakte van 23 juli 2012, waardoor bij [verweerders] uiteindelijk de indruk is ontstaan dat [eisers] de notaris gevolmachtigd had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 60663 tot 61440.