Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 144 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
47 Immers, zowel het antwoord op de vraag of sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van de wederpartij van de achterman als het antwoord op de daarin besloten liggende vraag naar het bestaan en de omvang van een onderzoeksplicht van de wederpartij, zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zie over de onderzoeksplicht in het kader van de schijn van volmachtverlening bijv. J. Hijma e.a., Rechtshandeling en overeenkomst (2016), p. 98-109 (Bloembergen/Van Schendel), p. 99-101; K.J.O. Jansen, Informatieplichten (2012), p. 128-134; 15.T.F.E. Tjong Tjin Tai, Schijnvolmacht en het vertrouwensbeginsel, NTBR 2003, p. 291,295-296.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 63525 tot 64193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256