Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.

1.13 Het hof heeft de zaak voor de door [eisers] gevraagde rechterlijke machtiging voortgezet als verzoekschriftprocedure, omdat uit het feit dat art. 5:140 lid 2 BW spreekt over een “verzoek” volgt dat een dergelijke procedure geëigend is(10). Bij beschikking van 22 maart 2016 (11) zijn [verweerders] vervolgens niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep tegen de beschikkingen van de kantonrechter voor zover deze zien op het verzoek tot een rechterlijke machtiging onder terugverwijzing van de zaak naar de kantonrechter in de stand waarin deze zich bevond. Het hof overwoog daartoe dat de kantonrechter het verzoek in geen van de bestreden beschikkingen in het dictum (deels) heeft toegewezen dan wel afgewezen. Daardoor stond hoger beroep nog niet open en ook overigens is niet gesteld of gebleken dat de kantonrechter desondanks hoger beroep heeft opengesteld(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 11659 tot 12547.