Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.

2.1 Het cassatiemiddel richt zich tegen rov. 3.6 van het bestreden arrest en uitwerking daarvan in rov. 3.7 en het dictum van het arrest. Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat [verweerders], in de woorden van het onderdeel, “mocht aannemen dat [eisers] de notaris kennelijk had gevolmachtigd tot medewerking aan de in de akte opgenomen stemverhouding”(17) rechtens onjuist is, en met name in strijd is met het in art. 3:61 lid 2 BW bepaalde, dan wel ongenoegzaam gemotiveerd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 20698 tot 21205.