Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
Afgaande op de wettekst dient voor toerekening van de schijn van een toereikende volmachtverlening aan een drietal kemvereisten te zijn voldaan: (1) er is een “verklaring of gedraging’ van de achterman, op grond waarvan diens wederpartij (2) “heeft aangenomen” en (3) “mocht aannemen” dat er een toereikende volmacht was. Of sprake is van een toerekenbare schijn van volmachtverlening hangt in sterke mate af van de omstandigheden van het geval, waarbij ook feiten en omstandigheden die zich eerst na de totstandkoming van de rechtshandeling hebben voorgedaan een rol kunnen spelen. Niet van belang is of de achterman een verwijt kan worden gemaakt van het wekken van de schijn van volmachtverlening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 24911 tot 25636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256